6.7.16

tijd van vlinders




het is zomer en het kind, dat al bijna geen kind meer is maar nog steeds een engel, heeft kriebels in zijn buik.
mama, het kriebelt zo als ik aan haar denk, zegt hij.

ik denk aan hoe het voelde bij mij, de eerste keer.  aan hoe zijn hand de mijne nam en ik dacht: fijner dan dit bestaat niet. 
we luisterden naar robert long.  ja, kalverliefde was het wel, zong hij.  
misschien zelfs min of meer een spel.
maar wij hielden elkaars hand vast en wisten dat het altijd bleef.

het is zomer en ik zie hem door de straten gaan.
hij heeft een ijsje voor haar gekocht, hij lacht, hij zegt: ik ben zo blij, maar ook een beetje bang.