25.11.15

nesttijd




de dag was wispelturig, de lucht zwart van regen, schichten van wit winterlicht.  
ik dacht: ik ben zo oud als mijn moeder was.  ik keek omlaag en ik had haar handen.  ik dacht aan alles wat ik mij niet meer herinnerde.

het is lang geleden dat ik de trap op sloop en naar binnen keek.  ik wist niet of ze wakker waren, ze lagen zo stil en dicht tegen elkaar, hun bed een nest.  ik deed of ik het niet zag.

de zwarte gaten in het geheugen.  de stem die alleen nog in het diepst van de nacht klinkt, een echo van een lach, ergens ver weg.
een roep, een naam. 
vogeltje, roept ze, vrouwtje.